Sara Burgerhart is een ongeveer twintig jaar oude wees.

 

Abraham Blankaart is haar voogd. Hij woont in Frankrijk, omdat hij daar zijn handel heeft. Hij is ongetrouwd.

 

Sara is ondergebracht bij haar tante van moederszijde,  Suzanne Hofland; de tante is ongehuwd, streng gelovig en vrij arm en ze behandelt Sara heel slecht.

 

Aletta Brunier vraagt S in het kosthuis in te trekken waar zijzelf woont, bij de weduwe Maria Spilgoed-Buigzaam.

 

Anna Willis is Saras beste vriendin. Anna heeft een broer, Willem, en ze vermoedt dat die verliefd is op Sara, maar hij is geen partij voor haar. Ook hun moeder weet dat, en daarom wil die Sara niet in huis nemen. In brief 39 verklaart Willem Sara zijn liefde, en in brief 40 wijst ze hem af.

Sara trekt in bij weduwe Maria Spilgoed-Buigzaam, en heeft het er redelijk naar haar zin. A uit haar zorgen t.o. S in brief 36 over Ss lichtzinnigheid, en dat zij teveel met Jacob Br. omgaat.

 

Hendrik Edeling schrijft in de 30e brief aan zijn broer Cornelis dat hij zwaar verliefd is op Sara.

 

Jacob Brunier schrijft de 32ste brief direct aan Sara, een gemakzuchtige halfslachtige liefdesbekentenis. Hij lijkt meer aandacht voor zijn eigen kleding te hebben dan voor wat dan ook. Sara vindt hem zielig en ze plaagt hem met zijn aanstellerij, maar ze maakt graag gebruik van hem als gezelschapsheer om fatsoenlijk uit te kunnen gaan.

 

In de 43ste brief is Anna Willis in Rotterdam bij een familie op bezoek geweest, eenvoudigere mensen, maar heel welvarend en bijzonder gastvrij en gul.

Maria Spilgoed is heel ziek geworden en overleeft ternauwernood. Sara is verschrikkelijk bezorgd en zorgzaam geweest.

 

Als Maria herstelt vertelt ze over haar eerdere leven, met het ongelukkige huwelijk met een overspelige en gewelddadige bruut, zijn dood, de dood van haar dochtertje en hoe ze dat leed langzaam door haar geloof ondersteund te boven is gekomen. Sara vertelt Anna Willis erover in brief 44.

 

Sara vertelt Anna in brief 45 over het bezoek aan de Franse Comedie, en dat ze Jacob B gebruikt als chaperonne. Ze hoopt dat Anna gelukkig zal worden met de dominee Smit met wie Anna naar Rotterdam geweest is.

 

Anna Willis schrijft in brief 46 en 47 aan Sara hoe Anna en haar moeder op Willem hebben ingepraat om hem Sara te doen vergeten.

 

In brief 48 schrijf Sara aan de weduwe Sophia Willis-van Zon dat ze haar zoon duidelijk gemaakt heeft dat ze niets met hem wil.

 

Brief 49, een pure liefdesverklaring van Jacob Brunier aan Sara.

De weduwe Willis schrijft brief 50 aan Sara, om haar uit te leggen dat ze Sara niet als inwonende wilde, om bij haar zoon Willem de kat niet op het spek te binden.

 

In brief 51 verhaalt Hendrik Edeling aan zijn broer Cornelis, dat hij op ziekenbezoek was bij de weduwe Spilgoed en daarbij Sara weer ontmoette. Hij vertelt hoe fantastisch hij Sara vindt. En hij geeft weer hoe de weduwe vertelde wat een schat Sara voor haar geweest is.

 

52, Sara zegt Jacob Brunier hoe zij over hem denkt.

 

53, weduwe Spilgoed aan Blankaart met een weergave van een gedachtewisseling tussen Letje en Sara over Hendrik Edeling.

 

54, Cornelis Edeling reageert op zijn broer Hendriks hartekreet over Sara.

 

Brief 55 van Anna Willis aan Sara, over een reisje naar Schiedam; Anna heeft verkering met een zekere Smit die dominee is. Anna raadt S aan het met de advocaat aan te leggen die mee was naar Schiedam.

 

Brief 56 van Sara aan Anna Willis. Sara was met Letje op de kamer van Letjes broer Jacob geweest en had gelachen om diens verwijfde garderobekast. Sara had zich verder kostelijk vermaakt met nog wat jongens met wat drank erbij, en was laat thuisgekomen. De weduwe wachtte met het eten, maar huisgenoot juffrouw Cornelia Hartog reageerde zwaar ontstemd.

 

Brief 57: Blankaart schrijft aan Weduwe Spilgoed uitgebreid over zichzelf, Sara en de familie Edeling.

 

Brief 58 is een zwaar verwijt van Anna Willis aan Sara over haar losbandigheid.

 

In brief 59 klaagt Willem Willis bij haar moeder waarom zij zijn liefde voor Sara niet steunt. 60 en 61, Hendrik Edeling aan Blankaart over Hs liefde voor Sara, en Bs antwoord. Hendrik voorspelt dat zijn vader niet toestaat dat zijn zoon ‘buiten de (Lutherse) kerk trouwt’. Blankaart op zijn beurt zou niet toestaan dat Sara Luthers wordt.

 

In brief 62 schrijft weduwe Willis aan haar zoon Willem dat hij zich moet schikken in Sara’s afwijzing.

 

Boze brief 63 van Sara aan Anna.

 

Brief 64 is door Pieternel Degelijk, Sara’s vroegere kinderjuffrouw, aan Sara.

 

In brief 67 vertelt Blankaart Sara dat Hendrik Edeling haar bemint. Hij waarschuwt haar tegen het verschijnsel van de lichtmis’.

 

In brief 68 een demonstratie van het snobisme van de francofiele Cornelia Hartog (huisgenote van Sara, Letje en Lotje) die schijft aan vriendin Wilhelmina van Kwastama.

69 & 70 Lotje aan haar voogd en vice versa.

 

71 Sara aan Anna Willis over een bezoek van de heer R., een kennis van juffrouw Hartog. R is onder de indruk van Sara, en zegt dat hij zijn bibliotheek aan haar ter beschikking zal stellen. Een conflict tussen Hartog en Letje die haar bierglas gebroken had. Over het probleem van Lotje met haar voogd.

 

72, Sara aan Anna Willis over discussie tussen Edeling en juffrouw Hartog over ‘de deugd.

 

73 & 74: over spullen die Saartje nog bij haar tante heeft liggen.

 

Hendrik schrijft aan zijn broer in brief 75 hoe hij zijn vader Jan Edeling vertelde over zijn liefde voor Sara; Jan Edeling antwoordt dat het niet kan, want de Edelingen zijn Luthers terwijl Sara gereformeerd is.

 

Jan Edeling maakt dat in brief 76 bekend aan Blankaart.

 

weduwe Spilgoed schrijft Blankaart in brief  78 Saartje zegt ronduit dat zij op u verliefd is.Ik neem aan dat dat ‘stiefdochterlijk’ bedoeld is. Verder dat Hendrik Edeling achter S aan zit, maar S er niet van wil weten. Ze geeft discussie tussen Saartje en Hendrik enerzijds en juffrouw Hartog  aan de andere kant over de verschillende voorkeuren voor platteland en stad.

 

Blankaart vraagt Jan Edeling in brief 79 niet te zwaar te tillen aan het verschil in kerk tussen Sara en Hendrik.