I

1.       13 oktober 1984 Dokter Victor Hoppe arriveert met de drie baby’s in Wolfheim, en opent daar zijn praktijk. Lange Meekers zei: ‘Hun hoofden zijn gespleten!’

2.       Dokter Hoppe bevrijdt de kleine Georg Bayer van een knikker die in zijn keel bleef steken.

3.       Pastoor Kaisergruber bezoekt de dokter en zegt: ‘U lijkt wel veel op uw vader!’

4.       Florent Keuning doet klussen in de praktijk, en ziet de drieling. Charlotte Maenhout gaat voor de kinderen zorgen. Ze merkt dat de kinderen snel leren.

5.       De kinderen raken gehecht aan Charlotte, en ze leren praten.

6.       September 1986. Charlotte wordt furieus op de dokter als ze ziet hij de drie kinderen getatoeëerd of gebrandmerkt heeft met stippen om ze uit elkaar te houden. Irma Nüssbaum zit in de wachtkamer en is getuige van Charlottes woedeaanval tegen de dokter.

7.       Charlotte vraagt de dokter of die kinderen niet naar buiten mogen, maar dat staat hij niet toe.

8.       Charlotte wil dat de kinderen na de zomer van ’87 naar school gaan. Dat staat hij ook niet toe. Daarom gaat Charlotte ze zelf lesgeven. De dokter vertelt waarom de kinderen over Jezus moeten leren, maar dat God taboe is. ‘God heeft Hem verraden!’ Charlotte stelt vast dat de kinderen niet heel lang meer kunnen leven; de dokter wil daar niets over zeggen. Charlotte is hierdoor volkomen uit het lood geslagen.

9.       Eén van de kinderen valt uit het raam wanneer het een noot van de boom wil plukken. Charlotte regelt een klein feestje met andere kinderen. Charlotte stelt vast de dokter een deel van een nier bij een kind heeft weggehaald. De dokter reageert meelijwekkend, zeurt dat zij geen vertrouwen in hem heeft.

10.   Charlotte neemt de kinderen stiekem mee naar het Drielandenpunt, maar één van hen klimt in de mast en moet door klusjesman Otto Reisiger worden bevrijd. Charlotte sneupt in de dokters spullen en vindt tijdschriften over zijn werk die over ‘fraude’ en ‘chaos’ spreken. Ze wil de dokter ontmaskeren, om de kinderen van hem te kunnen bevrijden. De confrontatie tussen Charlotte en dokter Hoppe heeft plaats, en als Hoppe haar wil grijpen valt ze achterover van de trap en sterft.

 

II

Over de carriere van Victor Hoppe. 16 december 1980 belt Hoppe vanuit Aken naar de redacteur van Science in Londen over een publicatie, een sensationele primeur over klonen. Eén gekloonde muis is levensvatbaar. ‘Adem! Adem!’ roept hij de muis toe.

 

‘Adem! Adem!’ roept dokter Karl Hoppe op 4 juni 1945 tegen zijn moeizaam ter wereld gekomen zoon Victor. Hij beademt hem met een ballon, en hij blijft leven. Maar hij heeft een enorme hazenlip.

 

De muis van Victor Hoppe haalde het niet, maar een aantal andere wel. Kloonproef geslaagd.

 

De moeder van Victor verwerpt haar kind; ze kan het gedrocht niet verdragen. Kapelaan Kaisergruber doopt het kind. Hij brengt het naar het klooster van de zusters clarissen in La Chapelle. Victor zwijgt de eerste drie jaar, en daarom wordt hij debiel verklaard, in 1948, een snikhete zomer in de provincie Luik

.

25 juli 1978 wordt Louise Brown geboren: de eerste reageerbuisbaby. Dit is het trieste einde van Victor Hoppes onderzoek. Hoppe werkte op een compleet chaotische manier; hij had het syndroom van Asperger.

 

De kleine Victor is gefascineerd door het gehuil van afdelingsgenoot Egon Weiss. Angelo Venturini, andere patient, kan het niet verdragen en verstikt Egon met een kussen.

 

Twee vrouwen uit Wenen, een lesbisch stel, komen bij Victor Hoppe in Bonn . Ze willen samen een kind, met de eigenschappen van hen beiden. Hoppe laat ze een muis zien die uit twee moeders is voortgekomen.

 

Lotte Guelen is de buitenechtelijk verwekte dochter van Klaas uit Vaals en Marie Wojczek; ze wordt in 1930 geboren. Uit schuldgevoel sturen ze het meisje het klooster in. Ze neemt er de naam Zuster Marthe aan. Ze ontfermt zich over Victor, die niets anders doet dan onverstaanbare litanieën herhalen. Zuster Marthe herkent de teksten, en stelt vast dat Victor geen debiel is. Ze ziet dat Victor de naam Mozes herkent in een bijbeltekst. Ze wil Victor leren lezen.

 

14 februari 1979 brengt Victor bij de twee vrouwen een gereconstrueerd embryo in. Het blad Science wil een minutieus rapport. Later blijkt één van de vrouwen zwanger.

 

Zuster Marthe leert Victor lezen in de winter van 1948. Ze meldt het bij de hoofdzuster Milgitha, en die wil een demonstratie zien. Ze geven hem een bijbel, maar het fragment is zo ijzingwekkend dat Victor niets kan uitbrengen.

 

Victor laat de twee vrouwen de echo zien. Bij de weergave horen ze twee afzonderlijke hartslagen. Victor ziet twee foetussen die samen één wervelkolom delen, maar dat laat hij de vrouwen niet zien. Op zeker moment heeft de zwangere vrouw dagenlang ontlasting opgespaard en komt alles in één keer eruit, inclusief de onvoldragen vrucht.

 

Zuster Marthe verdwijnt drie maanden uit het klooster. Als ze terugkomt, is ze zwanger; dat wordt vastgesteld door Karl Hoppe. Ze vertelt hem ook dat zijn zoon Victor kan lezen. De verklaring waarom zij dat wel merkt en hij niet is: vertrouwen.

Zuster Martha wordt in het klooster opgezocht door twee vrouwen uit Aken die haar met dwang een abortus laten ondergaan.

 

In april 1979 is Victors artikel in Science uitgekomen. Rex Cremer van de Universiteit Aken stuurt hem een briefje: “u hebt God het nakijken gegeven”. Victor belt hem, en Rex schrikt van Victors starheid. Ze maken een afspraak voor een ontmoeting.

 

Johanna Hoppe in Wolfheim krijgt een zenuwinzinking. Dan haalt Karl zijn zoon Victor uit het klooster en laat hem thuis wonen.  In het dorp wordt hij wantrouwend bekeken. Hij verzwijgt het voor zijn vrouw, die volkomen apathisch dag en nacht in haar bed ligt. Victor raakt verslingerd aan legpuzzels. Karl is daarover  aangenaam verrast, maar tegelijk gefrustreerd dat hij geen contact met hem krijgt, en de mensen in het dorp mijden de dokter, ook pastoor Kaisergruber. Rond 1938 was hij daar met zijn vrouw terechtgekomen.

Er ligt een patiënt in het huis van de dokter, en die sterft. Victor houdt litanieën voor de overleden patiënt, maar dan merkt Karl dat hij niet bij de patiënt zit, maar bij het bed van zijn vrouw, die kennelijk ook overleden is. Karl ziet de duivel in zijn zoon en slaat hem hard in het gezicht. Direct daarop heeft hij schuldgevoel en hij gaat extra aandacht aan hem besteden, en hij merkt dat hij niet alleen uit de bijbel kan voorlezen, maar dat hij ook hele stukken van de bijbel uit zijn hoofd kent. Karl nodigt pastoor Kaisergruber uit voor een demonstratie, maar dan zwijgt Victor.  

 

Rex Cremer zoekt Victor op in april 1979. Als Victor een toelatingsgesprek heeft, en ze vragen over klonen, zegt hij: ‘Kom, maak ons een god, die voor ons uittrekt.’ 1 september komt hij in dienst op de universiteit van Aken.

 

31 augustus 1951 brengt Karl Hoppe zijn zoon naar de Brüder der Christlichen Schulen in Eupen. Hij zou daar tien jaar blijven. Broeder Rombout is verantwoordelijk voor Victors groep; hij heeft goede methode voor rekenen en natuurkennis, en Victor voltooit de school in vier jaar, waar anderen er minstens zes jaar voor nodig hebben. Victor leest er in de Bijbel; hij leert dat God hardvochtig is en Jezus mededogend. Zijn vader, arts in Wolfheim, doet zijn werk goed, maar wordt steeds ongelukkiger.

 

p.252. 17 december 1980, Rex Cremer stelt vast dat Victor zeven muizen heeft gekloond. Victor had het verslag al naar het tijdschrift Cell gestuurd,dat het 10 januari 1981 zal publiceren. Competentieconflict.  Victor zegt: God schiep de mens, en de mens schiep God. De slang bijt zich in de staart en vreet zichzelf op. Probleem: Victor moet de proef herhalen, en dat doet hij niet. Later belooft Victor dat het hem uiterlijk juli 1983 zal lukken. Een bijzondere toevalligheid moet worden omgezet in een wetmatige zekerheid.

 

Bij een schoolreisje naar de calvarieberg in La Chapelle, blijkt Victor niet te kunnen fietsen. Bij de kruiswegstaties raakt Victor in een soort trance, en bij het beeld van Christus aan het kruis, roept Victor luid: Eli, Eli, lamaa sabachtani!

 

Eén van de twee Oostenrijkse vrouwen die hij eerder behandelde, heeft hij opnieuw benadert met een verzoek voor een proef.

 

In ’84 verscheen in Science een artikel van Solar & Grath met een vernietigende conclusie voor Victor; hij is een bedrieger: klonen is onmogelijk. Victor zegt: soms is wat onmogelijk is alleen maar moeilijk. En dan verrast Victor Rex met menselijke embryo’s. Dit gaat veel te snel, vindt Cremer. Ze zullen moeten samenwerken, eerst een publicatie over het klonen van dieren afkrijgen en daarna pas over menselijke embryo’s publiceren. Over foto’s van menselijke embryo’s die ze zullen presenteren als muizenembryo’s.

 

De vrouw vertelt hij dat ze haar eigen eicellen zullen klonen. Ze is blij met ‘een kind dat helemaal op mij lijkt’,  maar hij was van plan zijn eigen zaad ervoor te gebruiken.

 

Op Brüder der Christlichen Schulen wordt Victor gepest, en hij vervreemdt  van de rest.


Victor doet zes jaar over de middelbare school, maar omdat hij al een voorsprong had toen hij begon, was hij met zijn zestien jaar toch de jongste leerling die op 31 juni 1961 aan het gymnasium van de Brüder der Christlichen Schulen afstudeerde en naar de universiteit ging.

 

Victor moest voor het kwaad op zijn hoede blijven. Zijn vader was aangetast door het kwaad: als dokter deed hij goed, als vader kwaad. Hij schreeuwde en er volgden klappen.

 

Als Victor op zijn vijftiende met een schoolreisje met meesters en medeleerlingen in een bus zit, passeren ze het gesticht van La Chapelle; er worden herinneringen in hem wakkergeroepen aan de traumatische kleuterjaren. Victor komt thuis en vraagt zijn vader verantwoording hierover.

 

Vergadering van universiteit van Aken, waarin onderzoek wordt aangekondigd naar mogelijk bedrog door Victor. Rex Cremer weet zich geen houding te geven. De rector van Aken kondigt het onderzoek aan bij Victor die defensief reageert. Cremer distantieert zich van Victor. Victor gaat weer in Bonn wonen.

 

Victor belt Cremer op in paniek. Er blijven vier embryo’s leven en zich ontwikkelen in de buik van de draagmoeder.

 

30 mei 1984. Onderzoeksrapport van Aken: kwaliteit van onderzoek Victor Hoppe in twijfel getrokken.

 

Karl wil zijn zoon over de telefoon feliciteren met het behalen van zijn artsendiploma, maar laat zijn euforie temperen door Victors nonchalante toon.

 

27 juni 1966. De rector  van Aken feliciteert Victor met zijn cum laude-diploma, maar informeert hem ook over de zelfmoord van zijn vader. Victor krijgt de afscheidsbrief van zijn vader, die hem de praktijk nalaat.

 

Confrontatie tussen Victor en Pastoor Kaisergruber over de zelfmoord van Karl. ‘Het kwaad is nooit uit je verdreven.’

 

Er is een kaart in een map ‘Sanatorium der Klarisse’ met zijn naam erop; daarop staat ‘Debiel. Kan spreken. Helaas onverstaanbaar. 23 januari 1950’

 

De rector en de stafarts Dr. Bergmann zoeken Victor op op zijn kamer, waar hij verwaarloosd en ongewassen, temidden van stinkend voedsel zit te piekeren. Ze vragen hem of hij aan de universiteit van Aken zou willen promoveren. Hij kan kiezen tussen: levens redden, levens rekken of levens maken. Hij heeft weer een doel.

 

15 juni 1984, Rex Cremer rijdt naar Bonn, als hij Victor twee maanden niet gezien heeft. Victor woont er in een rijtjeshuis; aan de gevel hangt ‘Vruchtbaarheidsarts’. Hij ziet er verlopen uit. Cremer komt het rapport van de commissie brengen. Er ligt een vrouw op een bed. Ze draagt van de vier gekloonde baby’s er nog drie. Ze zullen 29 september ter wereld komen. Victor wil zelf niet meer naar de universiteit terugkeren, tot opluchting van Cremer.

 

III

1         Na vier jaar bezoekt Rex Cremer Wolfheim weer. Hij was Victor een paar jaar geleden, in 1988, nog op een beurs tegengekomen. V vertelde dat de ‘telomeren van sommige chromosomen veel korter waren dan normaal’; dat verklaarde dat de kinderen heel snel verouderden.

2         Dorpelingen praten over dokter Hoppe. Gunther Weber, een dove jongen, speelt voetbal en komt onder een passerende vrachtwagen terecht als hij achteruit loopt om een pass te kunnen maken. Victor Hoppe snijdt de testikelen uit het dode lichaam voor het begraven wordt.

3         Hoppe vertelt Cremer over de ontwikkelingen met de drie jongens V1, V2 en V3. Cremer ontmoet de kinderen, die hem vragen waar Frau Maenhout is gebleven. Ze zeggen zelf dat ze dood is, en dat vader dat heeft gedaan.

4         Lothar Weber en zijn vrouw zijn kapot van verdriet na de dood van Gunther. Victor belooft ze een nieuw kind – een kopie van Gunther.

5         1 april 1989 belt de vrouw die de drie kinderen van Hoppe gebaard heeft, naar Cremer. Flashback naar het moment dat Hoppe de vrouw meedeelt dat ze drie jongens in haar buik heeft in plaats van één meisje. Na de geboorte hield ze er een vreselijk litteken aan over, dat ook altijd pijn bleef doen.

6         14 mei 1989 arriveert Rebekka Fischer, de Oostenrijkse vrouw die de drie jongens van Hoppe gebaard had. Ze ziet een paar andere kinderen in Wolfheim aan voor de hare, en krijgt ruzie met de echte moeder. Ze komt bij Hoppe. Michaël is inmiddels overleden, de andere twee gaan hard achteruit. De dokter verschoont ze niet of nauwelijks. Ze blijft bij de kinderen en verzorgt ze. Ze stelt vast dat ze al meer onderwijs hebben gehad dan welk kind dan ook van die leeftijd; ze leren zelfs al andere talen. Na een dag vertelt ze de kinderen dat zij hun moeder is, maar dat zegt ze niets.

7         Lothar en Vera Weber komen bij Hoppe. ‘U hoeft niet in Gods wil te berusten’, had Hoppe gezegd. Hij oogst zeven eicellen bij Frau Weber. Maar de eicellen sterven af. Hij belt allerlei ziekenhuizen af of die nog eicellen voor hem hebben.

8         Rebekka wordt totaal wanhopig. De twee kinderen zijn ook dood. Ze verwondt Hoppe met een scalpel in zijn zij.

9         De pastoor zoekt Hoppe op om te zorgen dat de kinderen het heilig oliesel krijgen. Hoppe vraagt de pastoor waarom Jezus aan het kruis moest sterven. De wond in zijn zij maakt hem iets duidelijk. 21 mei 1989. Door onduidelijke mededelingen laat Hoppe de pastoor en Lothar in de waan dat de twee jongens nog leven.  Hoppe brengt een paar embryo’s bij Vera in.

10     Diezelfde broeierige hete dag bezoekt Rex Cremer het drielandenpunt nog een keer. Hij ziet de bouwput voor de nieuwe hogere toren. Hij bezoekt Victor. Die is inmiddels gaan geloven dat hij Jezus is, en hij vraagt Cremer of hij hem komt verraden. Hij laat hem de wond in zijn zij voelen. Rex Cremer vlucht weg. Hij is op zijn beurt dat Hoppe hem zal verraden bij de medische autoriteiten. Even lijkt het of hij zijn dood tegemoet zal springen in de bouwput. Hij gaat terug naar Hoppe om te voorkomen dat hij hem verraadt. Cremer komt bij de praktijk en vindt Rebekka dood, en de drie kinderen op sterk water gezet. Hij gooit alles overhoop en sticht brand in de praktijk.

11     De grote bedevaartprocessie in La Chapelle. Lothar ondergaat de processie. Victor Hoppe kruisigt zichzelf.

12     Rex Cremer is met zijn auto in de bouwput terecht gekomen en hij is gespietst op het betonijzer. “als je een lijn trekt van het huis van de dokter, waar de walnoot stond, naar het drielandenpunt, zie je hoe het onheil zich heeft verspreid als de wortels van de boom”. 19 mei 1990 inhuldiging van de nieuwe Boudewijntoren. Lothar en Vera Weber zijn erbij met de baby Isaak die die dag vier maanden oud is geworden. De operatie is achter de rug. Een onopvallend litteken. De testen hadden aangetoond dat het gehoor van de jonge Isaak normaal was. Een enorme geruststelling, zeker na het slechte nieuws bij de geboorte. Allemaal keken ze terlooops naar de afwijking. Het moet die dag op de Calvarieberg gebeurd zijn toen Vera zo geschrokken was. Toen moest ze al zwanger geweest zijn.